maak uw auto winterklaar

Problemen voorkomen:

  • Controleer alle lampjes. Op het tankstation worden losse lampjes en ook handige vakantiesetjes verkocht.

  • Schaf een spuitbus met ruitontdooier aan. Deze zal zijn diensten ook voor vastgevroren deuren bewijzen. Leg deze bus daarom niet in de auto.

  • Vervang de ruitenwissers als ze stroef over de natte ruit gaan of strepen trekken. Zet de ruitenwissers bij vorst los van de ruit (bijvoorbeeld met een kurk van een wijnfles).




  • Vul het sproeierreservoir met vloeistof die antivries bevat. Het mengsel moet tot minstens -30 graden beveiligd zijn. Dat komt in veel gevallen neer op onverdunde sproeiervloeistof.

  • Let op dat u de ruitensproeiervloeistof niet in de opening voor de koelvloeistof gooit. Kijk voordat u bijvult in het instructieboekje wat het ruitensproeierreservoir is. Vuistregel; Het ruitensproeierreservoir is nooit uitgevoerd met een schroefdop maar met een simpel drukdopje!

  • Smeer alle rubbers van deuren en achterklep in met talkpoeder of breng siliconenspray aan. Dit voorkomt dat het een en ander gaat vastvriezen.

  • Zet bij vorst de auto niet op de handrem, maar in de eerste versnelling of de achteruit.

Zelf problemen verhelpen:

  • Bevroren handrem: probeer de handrem nog iets meer aan te trekken, dan gaat deze meestal los. Zo niet, dan de motor laten draaien en kachel hoog zetten. Handremkabel ontdooit dan vanzelf.

  • Ruitewissers vast: zakje warm water er tegen houden of met de föhn verwarmen *.

  • Sloten bevroren: thuis: slotontdooier, zakje warm water of föhn *. Niet thuis: met je lichaam ongeveer 5 minuten tegen slot aan staan.

  • Portier dichtgevroren: Deuren meer dicht drukken dan breekt het ijs tussen het rubber en gaat deze vaak weer open of zakje warm water of föhn *.

 *  fohn niet te dichtbij houden en niet te heet zetten!



Goed onderhoud

Goed onderhoud is belangrijk om problemem bij lage temperaturen te voorkomen. Laat daarom uw garage het reguliere onderhoud van de auto verzorgen. Deze zal de auto specifiek nakijken op die punten die in de winter het meest kwetsbaar zijn.

Accu
Een accu gaat zo'n drie tot zeven jaar mee. Bij lage temperatuur daalt de capaciteit van de accu en wordt de startweerstand van de motor groter. Dan leidt dat tot moeilijker of zelfs niet kunnen starten. Laat de accu dus controleren en desnoods vervangen.

V-riem / multiriem
De dynamo en de koelvloeistofpomp worden door de V-riem of multiriem aangedreven. Zonder deze riem kan de dynamo de accu niet opladen en de pomp de koelvloeistof niet rondpompen. De V-riem of multiriem moet gecontroleerd worden op scheuren, rafels en spanning. Wanneer de riem niet voldoende gespannen is, kan deze gaan doorslippen wat een gierend geluid oplevert.

Luchtfilter
Het is belangrijk dat het luchtfilterelement op tijd vervangen wordt. Een vuil element veroorzaakt extra brandstofverbruik en een slecht lopende motor.

Koelsysteem
De monteur zal controleren of het koelsysteem tot ten minste -30 graden tegen vorst beveiligd is. Tevens is het van belang dat de koelvloeistof volgens voorschrift vervangen is. Laat ook het koelsysteem controleren op lekkages en de toestand van slangen, radiateur en thermostaat nakijken.

Wat meenemen?

Het is aan te raden een setje samen te stellen met winterspullen die bij de auto horen. Denk hierbij aan ijskrabbers, slotontdooier (niet in de auto bewaren!), een paar matten om het wegrijden uit diepe sneeuw te vergemakkelijken, een schep en veger en een paar goede werkhandschoenen. Ook is een doek om de voorruit schoon te kunnen wrijven handig. Geef dan gelijk de koplampen eens wat aandacht, want die kunnen door vuilafzetting wel tachtig procent van de lichtopbrengst verliezen! Denk ook aan iets te eten en drinken, warme kleding en dekens, mocht u toch met pech stranden.